Een pleidooi voor Vlaamse parkings

Inspiring Cities publiceerde in 2012 het boek The City at Eye Level met een pleidooi voor aantrekkelijke functies op de begane grond; 'plinten'. Ook parkings kunnen aantrekkelijk zijn.

Een fijne 'plint'.

Alles goed en wel, niet alle plinten kunnen gezellig voorzien worden van winkeletalages en horeca-terrassen. Het zou ook maar irriteren als er stratenlang volcontinu werd geappelleerd aan je koop-, drank- en vraatzucht, zeker als je geen cent te makken hebt. Een stad heeft gewoon ook saaie gevels nodig, al is het maar om temidden van al die mensen even ongezien te zijn. Een stad heeft bovendien garages nodig, afvalcontainers, dienstingangen, aansluitingen en installatieruimten en het is broodnodig dat die niet ontkend worden en potsierlijk verstopt, maar juist gelijkwaardig worden behandeld in de openbare ruimte. Misschien vereist het zelfs méér aandacht, omdat het functioneren van de stad steeds afhankelijker wordt van installaties en leveranciers. Daarom wordt hier gepleit voor meer aandacht voor de interactie tussen de plint en de auto en technische communicatie, met de Vlaamse parking als voorbeeld.
Het functioneren van de stad wordt steeds afhankelijker van installaties en leveranciers, dus ontken garages niet.
vlaamse parking
Art Nouveau garage in Zurenborg, Antwerpen
In de glorietijden van de jaren 50 heeft Vlaanderen zich een Amerikaans profiel aangemeten met een heuse autocultuur. De auto werd niet pronkend op straat gezet, zoals in Nederland gebruikelijk, maar keurig in de private parking geplaatst, die geïntegreerd was ontworpen met de woonst. Al in de Art Nouveautijd deden de lage garagedeuren zeker niet onder voor de naastgelegen personeningang. De moderne vijftiger jaren woningen werden voorzien van nog grotere garages. Op de plaats van het Nederlandse raam met glasgordijnen heeft een beetje Vlaming een flink brede garagedeur. En ook in tegenstelling tot Nederland zijn drive-in woningen geen voorrecht voor de suburbane leefstijl, het is ook een stedelijk fenomeen dat het aanzien van de straten van een stad als Antwerpen sterk bepaalt.
De private huisgarage is de stedelijke variant van het landelijke boerenerf.
De geïntegreerde privéparking dient inmiddels meestal niet meer echt als parking (zoals ook niet in suburbaan Nederland). Je eigen garagedeur met wegsleepregeling is een garantie voor een gereserveerde parkeerplaats voor je eigen deur op de drukke stadsstraat. Dat die straat volgeparkeerd is komt mede doordat iedere Antwerpenaar twee gratis parkeervergunningen van de stad krijgt. En de meeste Antwerpenaren hebben ondanks de ruime fietsvoorzieningen en riant openbaar vervoer ook daadwerkelijk twee auto’s. Want ook al zou je zonder kunnen, waarom zou je? De garage wordt uiteraard benut als extra kamer en opbergplaats voor onder meer de dure koersfiets, de hondenmand en het gereedschap. De private huisgarage is de stedelijke variant van het landelijke boerenerf. Op een gemiddelde zaterdag staat de garagedeur permanent open en is de ruimte een levendige uitwisseling met de straat. Het is een genot om steeds stiekum die garages in de turen op zoek naar verzamelde nummerplaten, kalenders, mislukte uitvindingen en verdwaald speelgoed. Daar kan geen winkelruit tegenop!
In de stadswijk Borgerhout worden garages ook vaak benut als werkplaats en startersplek voor ondernemers, handel voor in-en export, partijverkopen, reparatieruimten en rommelholen waar al decennia lang geen veger doorheen is geweest. Misschien niet alles helemaal legaal, maar ja, Apple, Google, Amazon, Barbie en Microsoft zijn ook allemaal in garages begonnen, waarom zou een gesubsidieerde incubator beter werken dan een garage in een stadswijk? Ook benzinestations en reparatiegarages zijn in Vlaamse steden logisch geïntegreerd in de bouwlijn. Grote kans dat er op een Antwerps kruispunt een café, een winkel en een garage zit, allemaal precies op de hoek, al jaren florerend. De plint van het pand waar de garage in zit is een paar meter teruggezet om de auto overdekt te ontvangen. De garagist zit daarachter in een mooi ontworpen glazen doosje en woont er misschien boven. De ingang naar een collectieve parking of de reparatiegarage zit ernaast en neemt niet zelden het hele binnenterrein van het bouwblok in beslag.
Iedere hoek van een straat en overdekte garage (Antwerpen)
De hele toegang tot een parking hoeft niet meer dan een 2,5 meter breed te zijn om een nieuwe wereld en een breed scala aan functies te ontsluiten, geen wonder dat het immens populair is in België. Maar zoals elders in Europese steden is ook hier de pret voorbij. Als gevolg van veranderende veiligheidsvoorwaarden worden de (LPG) benzinepompen vanaf midden jaren 90 een voor een opgeheven. En de kleine garages hebben het moeilijk met de concurrentie van de grootschalige autodealers. De vrijkomende vierkante meters worden in de betere buurten dichtgezet met een glazen gevel en ingenomen door horeca of kantoren. De minder rendabele locaties blijven in verval eindeloos wachten op een nieuwe bestemming. Ondertussen is de automobilist steeds vaker verplicht naar ver buiten de stad te rijden om zijn benzine te tanken of wagen te onderhouden. En tot overmaat van ramp heeft vorig jaar de stad Antwerpen besloten om nieuwe gebouwde garages voortaan te verbieden in gevels minder dan 8 meter breed. De stadsbouwmeester vindt ze doods en lelijk.
De mancave, zo nu en dan getoond aan het publiek.
Als er echter even verder in de toekomst gekeken werd, dan zou de privéparking en de lokale benzinepomp een glorieuze toekomst tegemoet kunnen gaan. Een toekomst waarin er behoefte is aan een verzekerde en nabije ruimte voor oplaadpunt voor de elektrische auto, fiets, bakfiets, de brandstofcellen, de boodschappendienst en de nodige technische ruimte waar het nieuwe werken en thuiswerk. En dan zullen we die opgepoetste etalages met geraniums weer allemaal moeten gaan verbouwen tot garage!
1
2