Oost Zeeuws-Vlaanderen,
verbanden in kaart

Een toekomst voor het land van smokkelaars en voortploegende boeren.

Cartografisch onderzoek naar de economische krachten,
de sociaal-culturele en historische kwaliteiten
van Oost-Zeeuws-Vlaanderen.
Urban Unlimited, 2015

Onderzoek in opdracht van de provincie Zeeland ten behoeve van plattelandsontwikkeling in Oost-Zeeuws-Vlaanderen. In navolging van de studie over Schouwen-Duiveland, is Oost-Zeeuws Vlaanderen in kaart gebracht. Een bijzonder gebied, letterlijk onder de rook van centrale Doel en de Antwerpse haven en recentelijk vooral in het nieuws is met de Hedwigepolder. Het gebied is paradoxaal genoeg heel goed bereikbaar maar ook heel erg verlaten. Midden in het gebied lijken de akkerbouwers zich weinig aan te trekken van de bijzondere ligging en van ruimtelijke druk(te) om hun akkers heen: ‘en de boer, hij ploegde voort’. Al eeuwenlang wordt hier goed geboerd, maar de ruimtelijke ontwikkelingen van de laatste jaren veroorzaken ook onzekerheid. Een analyse en projectaanbevelingen, in opdracht van de provincie Zeeland.

Waar komen Zeeuws-Vlamingen vandaan? 

Zeeuws-Vlaanderen is een gelaagd cultuurland, opgebouwd door vele inwijkelingen van verschillend komaf. De (genuanceerd verschillende) oriëntatie over de landsgrens heen is blijvend van invloed op de lokale economie en sociale verbanden. Oost-Zeeuws-Vlaanderen heeft meerdere sociaal-culturele invloeden gehad die net wat anders zijn dan West-Zeeuws-Vlaanderen. De economisch dominante sectoren chemie, haven en badcultuur zijn aan Oost-Zeeuws-Vlaanderen voorbij gegaan: hier is de klassieke akkerbouw nog steeds dominant. De havens Gent-Terneuzen en Antwerpen bepalen in Oost-Zeeuws-Vlaanderen de maat voor zowel de economische als de ruimtelijke ontwikkeling en hebben gezorgd voor een onrust in de akkerbouw. De energie-en voedseltransitie zal bepalend worden voor de Oost-Zeeuws-Vlaamse akkerbouw.

1 GRENSHANDEL

Geen landsgrens zonder smokkel en in Zeeuws-Vlaanderen is er veel gesmokkeld. De aanleiding en het karakter van de smokkel is in de loop der jaren vele malen veranderd, en zo ook het effect op heel Zeeuws-Vlaanderen. De landsgrens is een plek voor controle van goederen, dieren en mensen, niet alles kan (kosteloos) de grens over. Tijdens de 80-jarige oorlog werd Nederland via België voorzien van brandhout, sigaren, kant en kerkboeken.
Van brandhout, kant en kerkboeken tot tabak en prostitutie, alles werd gesmokkeld.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd België vanuit Nederland onderhands bevoorraad met vee, petroleum, vlas en voedsel. In de Tweede Wereldoorlog werden graan en aardappelen naar België gesmokkeld in ruil voor tabak. Deze twee belangrijkste smokkelredenen - invoerrechten en oorlogsbeperkingen - zijn momenteel verdwenen. In 1993 werd de EU één interne markt en wordt er alleen nog gesmokkeld om een hogere prijs of strengere regels te vermijden. In 1900 was er een intensieve zoutsmokkel van België naar Nederland omdat Nederland accijns had geheven op zout. Daarna was dat op suiker en andersom was er in de jaren 50 / 60 botersmokkel van Nederland naar België. Voorheen werden producten door een persoon van de ene kant naar de andere kant van de grens gebracht. Maar de botersmokkel werd zo lucratief dat het uitgroeide tot professionele bendes met gepantserde auto’s. Tussen douaniers en smokkelaars ontstonden achtervolgingen, met zelfs doden tot gevolg. Prijs-en accijnsverschillen bestaan nog steeds, maar de producten worden nu legaal even over de grens bij benzinestations en winkels gekocht, aan beide zijden. De handel is dus niet meer volatiel maar vast geworden. Daarnaast is er een verschil in vastgoedprijs; vermogende Nederlanders kunnen beter in België een kapitale villa kopen, en andersom kopen Belgen in Zeeuws-Vlaanderen betaalbare woningen en grote landbouwpercelen. Naast prijsverschillen zijn verschillen in moraal en regelgeving nu nog bepalend in de smokkel. Voor wat betreft veiligheid (verkoop van vuurwerk en vuurwapens) was België lange tijd een liberaal land. Nederland was juist liberaler op het gebied van seks, drugs en prostitutie. Beide landen zijn de laatste jaren op die punten minder liberaal geworden, maar het grensverschil heeft zeker aan Zeeuws-Vlaamse zijde jarenlang een grote invloed gehad op de omgeving.
Moraal en regelgeving zijn nu bepalend in de smokkel.
Hulst was jarenlang het stadje met de meeste sekswinkels per inwoner. Dat het distributiecentrum van PABO - voor discrete verzending van seksartikelen - in Zeeuws-Vlaanderen is gevestigd heeft zeker te maken met de nabijheid van Hulst en het preutse Vlaanderen. Terneuzen kon zich tot 2008 beroemen op ‘de grootste coffeeshop van Nederland’. De coffeeshop en de meeste sekswinkels zijn inmiddels gesloten. Van recentere datum zijn nieuwe regels over de minimale alcoholleeftijd (18 in Nederland, 16 in België) en het wild overnachten van Poolse vrachtwagenchauffeurs (verboden in België, in Nederland lokaal toegestaan). Zodra dit soort verschillen (meestal onbedoeld) ontstaan, vormen zich nieuwe stromen: jongerenbussen van Terneuzen naar Antwerpen en vrachtwagenlocaties rond Zelzate.
Ontwikkeling van de grenshandel

voorstel: EXPERIMENTELE RUIMTE VOOR GRENSHANDEL

Het ondernemerschap dat snel inspeelt op de (tijdelijke) grensverschillen wordt hier de horizontale handel genoemd; handel met een focus die niet ligt op de lokale distributie, maar op de afzet aan de naaste-buur. Het is de typische ‘horizontale Zeeuws-Vlaming’ die neus heeft voor de volatiele grenshandel en dat heeft geleid tot een bloeiende regionale economie. Op dit moment is die handel echter vanwege verschillende beleidsveranderingen geminimaliseerd. Wat overblijft is de ondernemerszin voor het aanbieden van producten en diensten die de Vlaming waardeert maar in eigen land niet (goed, snel of goedkoop) krijgt. Een horizontale Zeeuws-Vlaming zal daarop blijven inspelen. Dat zal minder gaan over seks en drugs, maar veel meer over: - beleving en kwaliteitsproducten, - snelle levering van goederen en diensten, - goedkopere goederen en diensten. De grenshandel krijgt meer vaste grond, deze ‘stolt’ in de ruimte en vervangt de oude smokkelroutes. Dit zorgde voor bijzondere gebouwen en functies in de regio die specifiek hiervoor bedoeld zijn. Ze zijn in het verleden in de marge van de ruimtelijke ordeningswetten toegestaan, maar verdienen een betere plek. De smokkelcultuur verdient cultuurhistorische aandacht en kan zelfs een lokale attractie worden, een regionale kwaliteit. De volatiele logistiek met leveringen aan Vlaanderen kan op dit moment vooral in Zeeuws-Vlaanderen profijt opleveren, vanwege verschillen in arbeidstijden en levertijden. Op de bedrijventerreinen van Hulst en Terneuzen zijn de ruimtelijke voorwaarden hiervoor goed. Ook zouden ruimtelijk reserveringen kunnen worden gemaakt voor tijdelijke handel (voor vrachtwagenplekken, logistieke centra, bushaltes, winkels), zodat geëxperimenteerd kan worden met ervaringen met nieuwe grenshandel. De lokale gemeenschap heeft dan meer zekerheid, inspraak en profijt over de steeds weer veranderende grensgevallen.
Het busstation buiten Terneuzen voor pendelbussen naar Antwerpen

2 DE AKKER EN DE KETEN

De akkerbouwers worden hier ‘de verticale Zeeuws-Vlamingen’ genoemd: het zijn de agrariërs die vooral de verticale relatie tussen lucht en aarde vormgeven, en minder met de horizontale grenshandel met de landsburen bezig zijn. De laatste jaren zijn er nieuwe ketens aan het ontstaan en is er bij de boeren behoefte aan een intensievere kennisdeling. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen is de uitwisseling van ervaringen nog niet structureel georganiseerd. Meetbare teeltresultaten en resultaten van de hele keten moeten de basis vormen voor een uitwisseling van ervaringen. Dat is nodig om voor de langere termijn het boeren op goed niveau te houden.

De kennisfocus zou moeten gaan over:
- het verbeteren van de grondvitaliteit,
- het effectief afstemmen van teeltplannen in de ketens,
- het testen van innovaties en het verspreiden van kennis over innovaties,
- het verbeteren van de waterhuishouding en ruimtelijke clustering,
- het versterken van de keten in kwaliteit, opbrengst en controle,
- het vergroten van de samenwerking tussen de agrariërs.

nieuwe inkopers en tussenpersonen

Nieuwe tussenpersonen hebben een andere relatie tot de boer dan de traditionele inkopers of fabrieken. Boerenmarkten, chef-koks of distributeurs van groentetassen zoals de Grote Verleiding creëren een bewuste relatie tussen klant en boer, veelal met een grote rol voor internet en lokale distributie. De nieuwe relatie kan de keten beter controleren en de boer van feedback voorzien. Tevens kunnen lokale verschillen worden benut, kan de boer meer opbrengsten tegemoetzien en wordt de consument bewuster van de producten en de eigen regio. In West-Zeeuws-Vlaanderen zijn er streekmarkten, maar in Oost-Zeeuws-Vlaanderen ontbreken die. De distributie van groentetassen gebeurt vanuit vier bedrijven, waarvan er één in Oost-Zeeuws-Vlaanderen opereert met 5 ophaalpunten. De Grote Verleiding bezorgt ook in Oost-Zeeuws-Vlaanderen aan huis en in West-Zeeuws-Vlaanderen heeft Zeeuwse biogroente een vaste bezorgroute. In Vlaanderen is de distributie van groentepakketten in handen van zogeheten voedselteams waarbij de universiteitscampussen de ophaalplekken zijn.

Voor Oost-Zeeuws-Vlaanderen is er een kans om een nieuwe streekmarkt te organiseren, die een relatie legt met meerdere van die nieuwe tussenpersonen, inclusief grensoverschrijdende handel.

HET ASSORTIMENT VAN DE AKKER

Het lijkt dat akkerbouwproducten onvoldoende attractief zijn voor verkoop aan particulieren, maar in de tabel is de veelzijdigheid van akkerbouwproducten te zien en dat brede assortiment kan beter over het voetlicht worden gebracht. Het no-nonsense, oeroude en veelzijdig karakter van akkerbouwproducten kan een stoer contrast vormen met de meer ‘lieflijke’ en trendy streekmarkten. Voor ieder akkerbouwproduct is een stoere en een trendy variant te promoten, al naar gelang de doelgroep. Voorgesteld wordt om in Hulst een grootschalige akkerbouw-outlet in te richten.
Voor Oost-Zeeuws-Vlaanderen is er een kans om een nieuwe streekmarkt te organiseren, die een relatie legt met meerdere van die nieuwe tussenpersonen, inclusief grensoverschrijdende handel.
Tabel met Zeeuws-Vlaamse producten en producttrends (Urban Unlimited)

branding van de akker

Oost-Zeeuws-Vlaanderen is uitgestrekt en verlaten, de dorpen zijn de sociale ankerpunten in de regio, met Hulst als belangrijkste centrum. Dit is een karakteristiek voor de regio die ten goede gebrand zou kunnen worden; het is een kwaliteit die meer en meer wordt herkend als bijzondere tegenhanger van stedelijke en haastige drukte. De recente media-aandacht van de regio op tv en film (Boven is het stil, Matterhorn, Onder de oppervlakte) profileert de regio hierbij zeer sterk als dramatisch verlaten gebied, waarin je terug in de tijd lijkt te zijn gezet. Verblijf en recreatie zouden hierop in kunnen spelen en de ontwikkeling van bezoekerscentrum Prosperdorp kan dit profiel versterken. Het merk HAK heeft jarenlang in haar marketing de klant via Martine Bijl (zie video) laten kennismaken met de boer achter de bruine boon (mijnheer de Haan). De spotjes werden opgenomen op de akkers van Biervliet, waar alle HAK-bruine bonen boeren zijn verenigd. Het ‘HAK-gevoel’ (een kleine tafel met eten op een uitgestrekt akkerland van een hoogwaardig agrarisch product) is een ijzersterk beeld en zou als beleving kunnen worden uitgebouwd. Te denken is aan picknicks op de akker, een tijdelijk restaurant of een mobiele agri-lodge waar geslapen kan worden. Dat kan uiteraard tussen alle akkerbouwproducten: graan, vlas, suikerbieten of aardappelen. Het initiatief kan zowel bij de boer, de tussenhandelaar of lokale partners liggen.

3 DE VEZEL

De vochthoudende klei in het specifieke Noordzeeklimaat is een ideale conditie voor het telen van hoogwaardig vlas. Tussen Caen en Utrecht wordt al eeuwen vlas geteeld van de hoogst mogelijke kwaliteit. De vlasplant is multifunctioneel: alle delen worden benut, van lijnzaad, olie en korte vezels, maar vooral de lange vezels zijn gewild: deze worden vooral benut in de kledingindustrie voor linnen. In landelijk overheidsbeleid is er veel beleidsaandacht om de biobased economy te stimuleren in de vorm van onderzoek, marketing en sectoroverschrijdende netwerken. Vlas is daarbij een etalageproduct, het is een lokaal natuurproduct dat veel breder benut kan worden voor biochemie en duurzame producten. Door de kleinschaligheid en onervarenheid van de nieuwe industrie (en de grootschaligheid en ervaring van de petrochemische industrie) loopt de transitie bepaald nog niet hard. De nieuwe biobased ketens zijn voorlopig vooral met kennisuitwisseling en innovatie bezig. Oost-Zeeuws-Vlaanderen kan een grotere rol spelen in de vlasteelt (en evt. de hennepteelt, mits die landelijk wordt gelegaliseerd en gereguleerd) als de grond vitaler wordt gemaakt en gezamenlijke teeltervaringen structureel worden gedeeld. Om op relatief dure Nederlandse grond te kunnen concurreren met de goedkopere, zwaar bemeste en grootschalige Franse vlasbouwgrond moet de Nederlandse vlasser slimmer zijn. Te denken is aan ideale teeltplannen en natuurvriendelijke bemesting. De regionale branding van vlas- en vezelproducten kan in de regio veel beter worden opgepakt. Bloeiend vlas is een unieke ervaring omdat de prachtige blauwe vlasbloem slechts een dag bloeit. Slechts weinig mensen weten dit, dus de eerste stap is om een weekendevenement te organiseren rondom bloeiend Zeeuws-Vlaams vlas. Aansluitend op het grenspark en de recreatieve fietsroutes vanuit Antwerpen kan ook de thematische vlasroute worden verbonden. Over de grens zijn meerdere fietsroutes en vlasgerelateerde attracties te vinden. Deze zouden in een doorgaande lange afstandsfietsroute ‘route de lin’ van Lille tot Breskens kunnen worden vormgegeven.
De keten van Van der Bilt vlashandelaar (bron: van der Bilt, visualisatie door Urban Unlimited)
1
2
3
4